Foto: Pseudopanax at English Wikipedia · Public domain · Wikimedia Commons
Licht op het water of licht in het water
Er zijn twee benaderingen die zich slecht laten mengen. Verlicht u de omgeving, dan blijft het wateroppervlak donker en werkt het als spiegel: u ziet de aangelichte planten, de brug of de boom er tweemaal. Verlicht u het water zelf met onderwaterspots, dan verdwijnt die spiegeling en kijkt u de vijver in. Kies er een, en niet allebei tegelijk, anders krijgt u een onrustig beeld waarin geen van beide effecten tot zijn recht komt.
Laagspanning is bij water de norm
Gebruik voor alles in en direct om de vijver een installatie op 12 volt met een trafo op een droge, geventileerde plek. Armaturen in het water moeten minimaal IP68 zijn, armaturen aan de oever IP65 of hoger. Een aardlekschakelaar van 30 milliampere op de groep is bij buitenverlichting geen overbodige luxe maar een basisvoorziening. Leg kabels in een mantelbuis en teken op een plattegrondje in waar ze liggen, want over vijf jaar weet u dat niet meer als u gaat spitten.
Minder licht geeft een beter resultaat
De meest gemaakte fout is te veel en te fel. Drie zorgvuldig gerichte spots van drie watt doen meer dan tien lampen die alles gelijkmatig aanlichten, want het is het contrast tussen licht en donker dat diepte geeft. Kies warmwit rond 2700 kelvin; koel wit maakt beplanting grauw en water blauwig. Richt spots nooit naar het huis of naar de zitplek, maar van de kijker af, zodat u het aangelichte object ziet en niet de lichtbron.
Onderwaterspots vragen helder water
Een spot onder water is genadeloos: elk zwevend deeltje licht op en troebel water wordt melkachtig. In een vijver met groen water of veel zwevend slib zijn onderwaterspots dus zinloos tot het water helder is. Plaats ze bovendien niet recht omhoog gericht maar schuin, en houd ze weg bij de plek waar u zit, anders kijkt u in een lichtbundel. Een spot onder een waterval of onder de uitstroom van een beekloop geeft het mooiste effect, omdat het bewegende water het licht breekt.
Houd rekening met de dieren
Permanent licht op het water verstoort het dag- en nachtritme van vissen en houdt insecten aan de oppervlakte, waar ze uitgeput raken. Zet de verlichting daarom op een tijdklok en laat haar niet de hele nacht branden; twee tot drie uur na zonsondergang is voor de sfeer meestal genoeg. Kikkers en salamanders mijden fel verlichte oevers, dus laat minstens een deel van de vijverrand volledig donker, zeker als u waarde hecht aan kikkers en libellen.
Veelgestelde vragen
- Kan ik zonneverlichting gebruiken?
- Voor sfeerlicht langs een pad prima. Voor onderwaterspots meestal niet: de accu's leveren te weinig vermogen en zijn na twee winters vaak op.
- Hoeveel spots heb ik nodig?
- Voor een vijver van drie bij twee meter zijn twee tot drie lichtpunten doorgaans genoeg. Begin met een en breid pas uit als u ziet wat er nog mist.
- Trekt verlichting algen aan?
- Licht voedt algengroei, maar een paar uur per avond weegt niet op tegen een dag zonlicht. Permanente verlichting draagt wel merkbaar bij.



