Een groene kikker zit op een drijvend waterlelieblad met zijn achterpoten ingetrokken.
Vissen en dieren

Kikkers en libellen in de vijver: hoe u ze aantrekt

Foto: Grand-Duc, Niabot (edit) · CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

U hoeft niets uit te zetten

Kikkers, padden, salamanders en libellen vinden een geschikte vijver zelf, vaak al in het eerste of tweede seizoen. Dieren uitzetten of kikkerdril ophalen is niet nodig en bovendien onverstandig: u verspreidt daarmee ziekten zoals de schimmel die amfibieenpopulaties bedreigt. Bovendien is het meenemen van beschermde inheemse dieren niet toegestaan. Zorg voor de juiste omstandigheden en heb geduld; wat zich vestigt, hoort in uw omgeving thuis.

Ondiep water en een flauwe oever zijn beslissend

Amfibieen zetten hun eieren af in ondiep, snel opwarmend water tussen plantenstengels. Een vijver met alleen steile wanden is voor hen ongeschikt, ook al is hij groot. Zorg voor een zone van tien tot twintig centimeter diep over een flinke breedte, met veel oeverbeplanting. Die flauwe oever is tegelijk de weg naar buiten: jonge kikkertjes moeten in juni de vijver uit kunnen lopen, en op een verticale folierand of een tegelrand lukt dat niet.

Vissen en amfibieen gaan slecht samen

Dit is de afweging die zelden vooraf wordt gemaakt: goudvissen en koi eten kikkerdril en larven van salamanders en libellen. In een vijver met een flinke visbezetting overleven maar weinig amfibieen. Wilt u beide, houd de visbezetting dan laag en zorg voor een dicht begroeide ondiepe zone waar larven zich kunnen verstoppen. Wie kikkers en libellen echt de ruimte wil geven, kiest voor een vijver zonder vis; wat dat vraagt, staat bij een vijver zonder pomp.

Libellen vragen iets anders dan kikkers

Libellen en waterjuffers leggen hun eieren in of op waterplanten, en de larven leven daarna een tot drie jaar onder water als roofdier. Voor het uitsluipen hebben ze rechtopstaande stengels nodig die boven het water uitkomen: riet, lisdodde, egelskop of gele lis. Laat die stengels ook in de winter staan. Een zonnige, luwe plek en een deel van het water dat open blijft, maakt de vijver aantrekkelijk; volledig dichtgegroeid water is voor libellen juist minder geschikt.

Wat u beter laat

Gebruik geen bestrijdingsmiddelen in de tuin rond de vijver, ook geen slakkenkorrels, want amfibieen nemen die via hun huid en hun prooi op. Laat een hoek van de tuin rommelig: een takkenril, een stapel stenen of een dichte bodembedekker vlak bij het water is de plek waar kikkers en padden de zomer en de winter doorbrengen. En houd de oeververlichting beperkt; permanent licht houdt insecten uit balans en verstoort de dieren die er juist op afkomen.

Veelgestelde vragen

Hoe snel komen kikkers naar een nieuwe vijver?
Vaak al in het eerste voorjaar als er in de buurt water is, anders binnen twee tot drie jaar. Een flauwe, begroeide oever versnelt dat aanzienlijk.
Mag ik kikkerdril uit een sloot meenemen?
Nee. Inheemse amfibieen zijn beschermd, en u loopt bovendien het risico ziekten of ongewenste plantensoorten over te brengen.
Zijn kikkers luidruchtig?
Groene kikkers kunnen in mei en juni flink kwaken, vooral in de avond. Bruine kikkers en padden zijn veel stiller.
Hoeveel libellensoorten kan ik verwachten?
In een goed beplante tuinvijver komen na enkele jaren doorgaans vijf tot tien soorten voor, waaronder waterjuffers, de grote keizerlibel en verschillende heidelibellen. De variatie hangt sterk af van wat er in de omgeving aan water aanwezig is.
Kan ik een vijver speciaal voor amfibieen aanleggen?
Zeker. Houd hem visloos, ondiep aflopend en zonnig, en plant vooral in de randzone.