Foto: self · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Diepte bepaalt of het water stabiel blijft
Een vijver van veertig centimeter warmt in juni binnen een week op tot temperaturen waar geen plant of vis bij gedijt, en vriest in januari tot de bodem dicht. Vanaf tachtig centimeter blijft onderin het jaar rond een redelijk constante temperatuur bestaan; een meter is comfortabeler. Die diepte hoeft niet over het hele oppervlak: een diep gedeelte van ruwweg een derde van de vijver volstaat. Houdt u geen vissen, dan kunt u met zestig centimeter toe, maar ook dan geldt dat meer water minder schommelt. Volume is in een vijver het belangrijkste stabiliserende ingredient dat er is.
Werk met richels, niet met een schuine wand
Een vijver met alleen schuine wanden biedt planten geen houvast: de manden schuiven naar het diepste punt. Graaf daarom vlakke richels. Een moeraszone van tien tot twintig centimeter diep langs de oever, een plantenrichel van dertig tot veertig centimeter voor de meeste oeverplanten, en daaronder het diepe deel. Maak de richels minstens dertig centimeter breed, anders past er geen mand op. De overgangen tussen de niveaus houdt u licht schuin, ongeveer twintig graden, zodat folie zich netjes laat invouwen en zand blijft liggen.
Rustige vormen zijn eenvoudiger in onderhoud
Hoe grilliger de omtrek, hoe meer hoeken waar blad en drijfvuil zich verzamelen en waar de stroming stilvalt. Een rustige, licht ovale of niervormige omtrek oogt natuurlijk en laat het water rondgaan. Strakke rechthoeken werken juist goed bij een formele tuin of een verhoogde vijver, mits u accepteert dat de hoeken vaker een schepnet vragen. Vermijd smalle uitlopers en punten: daar staat het water stil en groeit als eerste draadalg.
Reken de inhoud vooraf uit
U hebt het volume nodig voor de pomp, het filter en later de dosering van eventuele middelen. Een bruikbare schatting is lengte maal breedte maal gemiddelde diepte maal 0,7 voor een onregelmatige vorm; die factor vangt de schuine wanden en richels op. Een vijver van drie bij twee meter met een gemiddelde diepte van zestig centimeter komt zo op ruim tweeduizend liter. Noteer dat getal, want u hebt het bij elke volgende keuze weer nodig, ook bij het kiezen van een vijverpomp.
Denk aan het zicht vanaf de oever
Een vijver wordt vrijwel altijd van de kant bekeken en zelden van bovenaf. Dat betekent dat de verhouding tussen oppervlak en oeverlengte belangrijker is dan de plattegrond op papier. Een langgerekte vijver evenwijdig aan het terras oogt groter dan een ronde met dezelfde inhoud, omdat u meer wateroppervlak in beeld hebt. Zet het diepe deel bovendien aan de kant waar u kijkt: donker, diep water reflecteert de lucht en oogt rustig, terwijl u over een ondiepe zone vooral de bodem ziet.
Veelgestelde vragen
- Hoe diep moet een vijver voor vissen zijn?
- Minstens tachtig centimeter over een deel van het oppervlak, zodat er onder een ijslaag genoeg vorstvrij water overblijft. Voor koi is honderdtwintig centimeter de ondergrens.
- Kan een vijver te groot zijn voor een kleine tuin?
- Zelden qua onderhoud, wel qua verhouding. Een vuistregel is dat de vijver niet meer dan een kwart van de tuin beslaat, anders domineert hij het beeld.
- Moet de vijver in de zon of in de schaduw?
- Vijf tot zes uur zon per dag is gunstig voor waterlelies. Volle schaduw geeft weinig bloei, volle zon de hele dag geeft juist meer algen en warmer water.



