Foto: self · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Folie geeft vrijheid, prefab geeft zekerheid
Een kant-en-klare vijverbak van polyetheen of polyester ligt binnen een dag in de grond en lekt niet, want er zit geen naad in. Daar staat tegenover dat u de vorm krijgt die de fabrikant bedacht heeft, meestal met een inhoud tussen de tweehonderd en duizend liter. Met folie bepaalt u zelf de omtrek, de diepte en het aantal plantenrichels. Een vijver van drieduizend liter is met folie nauwelijks duurder dan een van duizend; bij prefab loopt de prijs per liter juist snel op. Wie een vaste plek en een bescheiden formaat voor ogen heeft, is met prefab sneller klaar. Wie een vloeiende, natuurlijk ogende oever wil, komt bij folie uit.
EPDM en PVC verschillen in levensduur
Vijverfolie is er in twee gangbare soorten. PVC-folie is goedkoper, wat stugger en gaat bij goede afdekking vijftien tot twintig jaar mee. EPDM is rubber, blijft ook bij vorst soepel, laat zich beter in hoeken vouwen en houdt het in de praktijk dertig jaar of langer vol. Het prijsverschil is ongeveer een factor anderhalf. Voor een vijver die u ooit weer wilt verplaatsen is PVC verdedigbaar; voor een vijver die deel van de tuin wordt, verdient EPDM zichzelf terug. Let bij beide op de vermelding dat de folie visvriendelijk is: bouwfolie bevat weekmakers die in het water terechtkomen.
Vlies eronder is geen luxe
Onder de folie hoort een beschermvlies van minstens driehonderd gram per vierkante meter. Dat vangt scherpe steentjes, wortelresten en later opdringende wortels op. Bij een zandbodem komt u weg met een dun vlies, bij grind of puin is dubbel leggen verstandig. Het vlies kost een fractie van de folie en voorkomt precies het lek dat u pas ontdekt als de vijver vol en beplant is. Reken voor de foliemaat: lengte plus tweemaal de diepte plus een halve meter overlap, en hetzelfde voor de breedte.
Wat de keuze verder bepaalt
Een prefab bak vraagt een uitgraving die exact past, anders zakt hij ongelijk weg zodra het water erin staat; opvullen met zand en aanstampen is bij dit type het meeste werk. Folie vergt geduld bij het invouwen, maar vergeeft een oneffen kuil. Denk ook aan later: in een prefab bak zit de diepte vast, terwijl u bij folie zelf kunt bepalen dat er ergens tachtig centimeter onder ligt zodat vissen kunnen overwinteren. Meer over die maatvoering staat in Vorm en diepte van een siervijver.
Wat een vijver van folie werkelijk kost
Voor een vijver van tweeduizend liter komt EPDM-folie met vlies rond de honderdvijftig tot tweehonderd euro, een vergelijkbare prefab bak kost al snel het dubbele. Daar komt bij beide een pomp, eventueel een filter en beplanting bovenop, samen doorgaans nog eens twee- tot vierhonderd euro. Het grote verschil zit in het grondwerk: dat kost bij folie een weekend en bij prefab een dag, maar het uitgraven van een exact passende kuil is precisiewerk. Reken erop dat u bij folie meer tijd en bij prefab meer geld kwijt bent.
Veelgestelde vragen
- Hoeveel folie heb ik nodig?
- Lengte plus tweemaal de diepte plus vijftig centimeter overlap, en dezelfde som voor de breedte. Rond royaal af: te veel kunt u wegwerken, te weinig betekent een naad.
- Kan ik twee stukken folie aan elkaar zetten?
- Bij EPDM kan dat met speciale tape en primer, maar elke naad is een risico. Voor een tuinvijver is folie op maat vrijwel altijd de betere keuze.
- Gaat een prefab bak kapot in de vorst?
- Polyester is daar goed tegen bestand. Wel moet de bak volledig ondersteund zijn door aangestampt zand; holtes onder de wand geven bij ijsdruk scheuren.



