Foto: Юкатан · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Goudvissen zijn geen kleine koi
De gewone goudvis wordt in een vijver vijftien tot vijfentwintig centimeter en kan tien tot vijftien jaar oud worden, soms langer. Hij verdraagt een veel bredere marge in temperatuur en waterkwaliteit dan koi en overwintert probleemloos in een vijver van zestig tot tachtig centimeter diep. Daarmee is de goudvis voor een gewone tuinvijver de verstandigste keuze. Sluierstaarten en andere gekweekte vormen met lange vinnen horen daar juist niet thuis: ze zwemmen te traag en zijn kwetsbaar voor vorst en voor roofvogels.
Hoeveel vissen kunnen erin
Een bruikbare vuistregel is een goudvis per honderd tot honderdvijftig liter water, en dan gaat u uit van de volwassen maat. In een vijver van tweeduizend liter zitten dus ongeveer vijftien vissen ruim, niet veertig. Houd er rekening mee dat goudvissen zich in een gezonde vijver voortplanten; begin daarom aan de lage kant. Wordt het te druk, dan ziet u dat aan vissen die aan de oppervlakte happen op warme ochtenden, en aan water dat ondanks het filter niet helder wordt.
Soorten die er goed bij passen
Shubunkins zijn goudvissen met een blauwgrijze, gevlekte tekening en even makkelijk te houden. Zeelt leeft op de bodem en houdt het bodemvuil in beweging, maar u ziet hem vrijwel nooit. Bittervoorn is een inheemse, kleine vis die zich alleen voortplant als er zoetwatermossels aanwezig zijn. Vermijd graskarper, die vreet alle waterplanten weg, en zet geen vissen uit een sloot of ander water in uw vijver: daarmee haalt u vrijwel zeker ziekten binnen.
Voeren mag bescheiden
In een goed beplante vijver vinden goudvissen een aanzienlijk deel van hun voedsel zelf: muggenlarven, watervlooien, algen en plantendelen. Bijvoeren mag, maar houd het bij wat ze in enkele minuten opeten en stop zodra het water onder de tien graden zakt. Overvoeren is ook hier de belangrijkste oorzaak van troebel water. Wie op vakantie gaat, hoeft in de zomer voor een week of twee niets te regelen; de vissen redden zich prima.
De eerste vissen pas na het inwerken
Zet vissen niet in een pas gevulde vijver. Het filter heeft zes tot acht weken nodig om zijn bacteriekolonie op te bouwen, en tot die tijd stapelt ammonium zich op. Wacht dus minstens een maand na het vullen en beplanten, zet dan een klein aantal vissen uit en breid pas na enkele weken uit. Laat de zak met vissen een halfuur in het vijverwater drijven zodat de temperatuur gelijk wordt. Hoe dat inwerken verloopt, staat bij een vijverfilter kiezen.
Veelgestelde vragen
- Kunnen goudvissen buiten overwinteren?
- Ja, mits de vijver minstens zestig tot tachtig centimeter diep is en er een wak openblijft voor gasuitwisseling. Ze zakken naar de bodem en eten niet.
- Waarom hangen mijn vissen aan de oppervlakte?
- Meestal zuurstoftekort, vaak op een warme, windstille ochtend. Zet de fontein of beekloop aan, controleer de bezetting en voer minder.
- Eten goudvissen mijn waterplanten op?
- Aan stevige planten als waterlelies doen ze weinig. Jonge onderwaterplanten en kroos worden wel aangevreten, wat meestal geen probleem is.
- Hoeveel jongen krijgt een goudvis?
- Een goudvis zet honderden eieren af, maar in een vijver met planten en volwassen vissen overleeft daar maar een handvol van. Zonder roofdruk kan de populatie binnen twee jaar wel verdubbelen; dun dan tijdig uit.



