Foto: George Chernilevsky · Public domain · Wikimedia Commons
De oever bepaalt hoe natuurlijk de vijver oogt
Een vijver waarvan het water abrupt in gras overgaat, blijft er altijd als een bak uitzien. De moeraszone, de strook van tien tot twintig centimeter diep langs de rand, is wat die overgang verzacht. Planten die daar staan verbergen de folierand, bieden dekking aan kikkers en libellenlarven en nemen bovendien voedingsstoffen op. Reserveer bij de aanleg dus een royale ondiepe strook; dat is de plek die achteraf het moeilijkst is toe te voegen.
Wat waar hoort
Op de moeraszone gedijen dotterbloem, moerasvergeet-mij-nietje, watermunt, egelskop en kalmoes. Iets dieper, op de plantenrichel van dertig tot veertig centimeter, staan gele lis, pijlkruid, zwanenbloem en waterweegbree. In de vochtige grond nét buiten de vijver kunt u moerasspirea, koninginnenkruid en zegge kwijt. Combineer verschillende hoogtes en bloeitijden, en houd langs de kant waar u kijkt de beplanting laag, anders kijkt u vanaf het terras tegen een groene muur aan.
Woekeraars in manden houden
Riet, lisdodde en kalmoes zijn prachtig maar gaan met uitlopers dwars door alles heen, ook door folie waar een naad of plooi zit. Zet ze uitsluitend in stevige plantmanden met een dichte wand, en controleer elk voorjaar of er geen uitlopers over de rand kruipen. Ook gele lis en watermunt breiden zich stevig uit; in een grote vijver is dat prima, in een kleine houdt u ze in een mand. Kies bij lisdodde de kleine variant, want de grote wordt twee meter hoog.
Planten en verzorgen
Gebruik voedselarme vijveraarde of gewassen leem, nooit potgrond of tuinaarde met mest: die geeft direct een voedingspiek en dus algen. Dek de mand af met een laag grind van twee centimeter. Plant bij voorkeur in april of mei. Knip uitgebloeide stengels weg, maar laat holle stengels van riet en lisdodde in de winter staan tot maart; daarin overwinteren insecten, en ze houden bovendien een opening in het ijs.
De oever als leefgebied
Een dicht begroeide oever met een flauw talud is voor de dieren in en om de vijver belangrijker dan het diepe water. Kikkers zetten er hun eieren af, libellenlarven klimmen langs de stengels omhoog om uit te sluipen, en egels en vogels drinken op de ondiepe plek. Laat daarom minstens een deel van de rand ongestoord en niet verhard. Wat dat oplevert, staat beschreven bij kikkers en libellen.
Veelgestelde vragen
- Kan ik gewone tuinplanten in de moeraszone zetten?
- Zelden. Die verdragen geen permanent natte voeten en verrotten binnen een seizoen. Vraag om planten die als moeras- of oeverplant verkocht worden.
- Hoeveel oeverplanten heb ik nodig?
- Reken op ongeveer drie planten per strekkende meter oever voor een gesloten beeld na twee seizoenen. Dichter planten gaat sneller maar geeft eerder uitdunwerk.
- Mag ik planten uit de sloot halen?
- Doe dat niet. U neemt ongemerkt slakken, algen of ziekten mee, en het onttrekken van planten aan de natuur is bovendien vaak niet toegestaan.
- Wanneer kan ik oeverplanten het beste splitsen?
- In april of begin mei, zodra de eerste nieuwe scheuten verschijnen. Haal de mand uit het water, snijd de pol met een spade in stukken met elk voldoende wortel, en zet het gezondste deel terug in verse vijveraarde.
- Blijven oeverplanten in de winter staan?
- Holle stengels wel, tot maart. Zachte, snel rottende soorten knipt u in het najaar weg voordat het blad in het water uiteenvalt.



